Zet de waterkoker aan en snijd de lasagnevellen in vierkantjes van zo'n 3 cm.
Pel en snijd ondertussen de knoflook in dunnen plakjes. Snijd de pancetta ook in vierkantjes van 3 cm en rasp de Parmezaan fijn.
Verwarm een koekenpan op hoog vuur en giet een klein scheutje olijfolie in de hete pan. Doe de knoflook, pancetta en salie erbij. Halveer de tomaatjes en doe ze in de pan, samen met een flinke snuf zwarte peper, de bonen en een klein scheutje van het vocht van de bonen.
Doe de pasta in de koekenpan en giet er voorzichtig zoveel kokend water bij dat alles net onderstaat. Dat is zo'n 300 ml kokend water. Laat zo'n 4 minuten koken, tot de pasta het meeste vocht heeft geabsorbeerd.
Door regelmatig te blijven roeren ontstaat er een saus. Dit komt door het zetmeel uit de pasta. Als het te droog wordt terwijl de pasta nog niet al dente is (beetgaar), kun je er altijd een scheutje extra water aan toevoegen.
Zodra de pasta gereed is, doe je het vuur onder de pan uit en voeg je de Parmezaan toe. Voeg er ook naar smaak wat peper en zout aan toe en roer nog even goed door.